Botanische ingrediënten dragen een juridische voorgeschiedenis die veel kopers nooit te zien krijgen. Een vat extract is niet alleen een grondstof; het is afgeleid van de biodiversiteit van een land, en sinds 2014 regelt een internationaal kader hoe die biodiversiteit mag worden gebruikt en wie deelt in de waarde die zij creëert. Voor wie natuurlijke cosmetische werkstoffen inkoopt, is het Nagoya-protocol geen vrijblijvende achtergrondlectuur meer.
Wat het Nagoya-protocol regelt
Het Nagoya-protocol werd in 2010 aangenomen en trad in 2014 in werking als aanvullende overeenkomst bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD). Het stelt regels voor toegang en verdeling van voordelen (ABS): toegang tot genetische rijkdommen en de eerlijke en billijke verdeling van de voordelen die voortvloeien uit het gebruik ervan. Cruciaal is dat het zich ook uitstrekt tot de traditionele kennis die met die rijkdommen verbonden is — de praktijken van inheemse en lokale gemeenschappen die een plant al lang gebruiken. Het onderliggende beginsel is soevereiniteit: een aanbiedersland bepaalt de voorwaarden waaronder zijn genetische rijkdommen toegankelijk zijn en gebruikt mogen worden, en mag een aandeel in de resulterende waarde verwachten.
PIC en MAT: de twee bouwstenen
Twee mechanismen vormen het hart van het systeem. Voorafgaande geïnformeerde toestemming (PIC) is de toestemming die een aanbiedersland verleent voordat een genetische rijkdom toegankelijk mag worden. Onderling overeengekomen voorwaarden (MAT) zijn de onderhandelde voorwaarden die aan die toegang verbonden zijn, waaronder hoe monetaire of niet-monetaire voordelen terugvloeien — royalty's, mijlpaalbetalingen, capaciteitsopbouw of gedeelde onderzoeksresultaten. In de praktijk worden PIC en MAT samen veiliggesteld via de bevoegde nationale autoriteit van het aanbiedersland, en de resulterende papieren vormen het fundament van elk conform inkoopdossier.
Wanneer inkoop als gebruik telt
Het meest doorslaggevende onderscheid is dat tussen handel en gebruik. De verplichtingen van het protocol hangen samen met gebruik, gedefinieerd als onderzoek en ontwikkeling naar de genetische of biochemische samenstelling van een genetische rijkdom. Een afgewerkte grondstof kopen en ongewijzigd doorverkopen is gewoonlijk handel en valt buiten die definitie. Maar cosmetisch werk blijft zelden bij handel: het karakteriseren van de werkzame stoffen van een extract, het screenen van fracties op werkzaamheid, of het optimaliseren van een biochemisch profiel kunnen alle op gebruik neerkomen. Dit is het grijze gebied voor cosmetische werkstoffen en extracten, en het betekent dat de bepalende vraag niet is "wat heb ik gekocht?" maar "wat doe ik ermee?"